Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creƫren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Polygonatum
- prattii
prattii
Polygonatum prattii Baker
Polygonatum prattii komt voor inĀ een zeer specifiek en beperkt herkomstgebied in de gematigde biomen van Centraal- en West-China, waar de plant als een rizomateuze geofyt groeit op de koele, humusrijke bosbodems en schaduwrijke rotshellingen van West-Sichuan en Noordwest-Yunnan.
Vanuit een relatief dunne, horizontaal kruipende en vlezige ondergrondse wortelstok ontwikkelt deze miniatuursoort opgaande, onvertakte stengels die een opvallend bescheiden hoogte van slechts 10 tot 30 centimeter bereiken. In tegenstelling tot de algemeen bekende Europese salomonszegels, zoals Polygonatum multiflorum en Polygonatum odoratum die imposante, sierlijk overbuigende stengels van wel een meter hoog vormen, behoudt Polygonatum prattii een compacte, bijna grasachtige habitus. Een ander fundamenteel verschil met deze klassieke soorten ligt in de bladstand; waar de bekende salomonszegels hun bladeren in twee strakke, regelmatige rijen (distich) dragen, zijn de bladeren van Polygonatum prattii heel smal, lijn- tot lancetvormig en staan ze in kransen van drie tot vijf stuks (of soms dicht opeengedrukt in onregelmatige clusters) rondom de stengel. Hoewel zij deze kransstandige bladstructuur deelt met grotere Aziatische familieleden zoals Polygonatum verticillatum, mist Polygonatum prattii de spectaculaire, spiraalvormig gekrulde bladranken van de klimmende Polygonatum cirrhifolium en eindigen haar bladeren in een normale, rechte en scherpe punt.
De meest spectaculaire eigenschap van deze miniatuurplant openbaart zich tijdens de bloeiperiode in mei en juni. Terwijl de overgrote meerderheid van het geslacht Polygonatum herkenbaar is aan hangende, groenwitte of crĆØmewitte bloemklokjes, verrast Polygonatum prattii met kleine, buisvormige bloempjes die een zeldzame, diep paarse, lila-roze tot dof purpuren kleur vertonen. Deze unieke bloemkleur deelt zij weliswaar met de grotere Polygonatum curvistylum, maar P. prattii onderscheidt zich van die soort door haar beduidend kleinere dwergvorm en het ontbreken van een sterk intern gekromde stijl. Na de bloei ontwikkelen zich in de bladoksels kleine, bolvormige bessen die in de vroege herfst rijpen naar een opvallende rode kleur. Met deze rode vruchten wijkt Polygonatum prattii opnieuw wezenlijk af van de klassieke tuinsalomonszegels, die na de bloei immers donkerblauwe tot zwarte, berijpte bessen dragen. Zodra de winter invalt, sterft het bovengrondse loof volledig af, waarbij de stengel traditioneel een rond, zegelachtig litteken achterlaat op de winterharde wortelstok waaraan het geslacht zijn Nederlandse naam dankt.
Officiƫle taxonomische autoriteit
Polygonatum prattii, voor het eerst in 1892 geldig gepubliceerd door de Britse botanicus John Gilbert Baker in het gerenommeerde tijdschrift Hooker's Icones Plantarum
Over Baker...Ā
De officiĆ«le taxonomische autoriteit achter deze geaccepteerde soort is de invloedrijke Britse botanicus John Gilbert Baker (1834ā1920). Baker, die als hoofdbewaarder van het herbarium in de wereldberoemde Royal Botanic Gardens in Kew werkte, was een van de grootste autoriteiten van het victoriaanse tijdperk op het gebied van lelieachtigen. Hij baseerde zijn wetenschappelijke beschrijving op gedroogd materiaal dat door de Britse natuuronderzoeker en ontdekkingsreiziger Antony Edward Pratt tussen 1887 en 1890 was verzameld tijdens diens gevaarlijke expedities in de destijds nagenoeg ontoegankelijke bergstreken van West-China. Als direct eerbetoon aan deze moedige plantenjager vernoemde Baker de nieuwe soort naar hem, waarmee de geschiedenis van hun ontdekking voor eeuwig in de plantenwereld werd vastgelegd.