Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Tricyrtis
- latifolia
latifolia
Tricyrtis latifolia Maxim.
Waar de overgrote meerderheid echte nazomer- en herfstbloeiers zijn, is Tricyrtis latifolia de vroegst bloeiende soort van het hele geslacht. De eerste bloemen openen zich vaak al in juni of juli.
De bloemen hebben groenachtig gele tot heldergele bloemblaadjes. Deze zijn bezet met fijne, dieppaarse of roodbruine spikkels.
De soortaanduiding latifolia betekent letterlijk "breedbladig". De plant heeft opvallend brede, glanzende, eivormige tot breed-elliptische bladeren met golvende randen. Dit blad is aanzienlijk groter en ronder dan het smalle, lancetvormige blad van de klassieke Tricyrtis hirta.
De bloemen staan in trossen gegroepeerd aan het uiteinde van de stengels (eindstandig) en in de bovenste bladoksels, in plaats van verspreid over de gehele lengte van de stengel zoals bij veel andere soorten.
De plant groeit krachtig rechtop en vormt dichte pollen die een hoogte van 60 tot wel 110 centimeter kunnen bereiken, wat hem tot een van de grotere, meer robuuste paddenlelies maakt
Officiële taxonomische autoriteit
Eerst beschreven door: Carl Johann Maximowicz (1827 – 1891) |
Jaar: in Bull. Acad. Imp. Sci. Saint-Pétersbourg, sér. 3, 11: 435 (1867) |
Extra info
Carl Johann Maximowicz geldt als een van de belangrijkste 19e-eeuwse pioniers in het wetenschappelijk in kaart brengen van de Oost-Aziatisch flora.
Maximowicz werd geboren in Tula (nabij Moskou) binnen een Baltisch-Duitse familie. Hij studeerde biologie en botanie aan de Universiteit van Dorpat (het huidige Tartu in Estland) onder de vermaarde botanicus Alexander von Bunge.
In 1852 werd hij conservator van het herbarium bij de Keizerlijke Botanische Tuin van Sint-Petersburg. Een jaar later vertrok hij op een wereldreis aan boord van het fregat Diana. Toen de Krimoorlog uitbrak, strandde het schip in het Russische Verre Oosten. Maximowicz maakte van de nood een deugd en startte een jarenlange, gevaarlijke expeditie langs de rivier de Amoer en door Mantsjoerije.
Tussen 1860 en 1864 reisde hij intensief door Japan (onder andere Hakodate, Yokohama, Nagasaki en Mount Fuji). Hij werd hierbij ondersteund door zijn Japanse assistent Sukawa Chonosuke. Hij verzamelde duizenden levende planten, zaden en gedroogde specimens. Hij verscheepte in totaal 72 houten kisten vol onontdekte natuurhistorische schatten naar Sint-Petersburg.
In 1869 werd hij benoemd tot directeur van de Botanische Tuin in Sint-Petersburg. Hij wijdde de rest van zijn leven aan het beschrijven en publiceren van de Aziatische flora. Zijn werk vormde de fundering voor nagenoeg alle latere botanische studies in Japan, China en Korea