Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creƫren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Polygonatum
- cirrhifolium
cirrhifolium
Polygonatum cirrhifoliumĀ (Wall.) Royle
Polygonatum cirrhifolium, in het Engels vanwege zijn unieke eigenschappen ook wel de Tendril-leaved Solomon's Seal genoemd, is een uiterst ongewone, overblijvende vaste plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae) die inheems is in de gematigde bergregio's van de Himalaya tot China en het noorden van Myanmar. Vanuit een vlezige, gemberachtige ondergrondse wortelstok ontwikkelt deze soort slanke, flexibele en ronde stengels die een aanzienlijke lengte van 60 tot 150 cm kunnen bereiken. In plaats van de klassieke, overbuigende habitus te vertonen, groeit deze plant als een klauterende geofyt die de omliggende vegetatie gebruikt om zichzelf omhoog te werken.Ā De frisse, heldergroene bladeren staan in kransen van drie tot zes stuks rondom de stengel en zijn opvallend smal en lijnvormig. Het meest spectaculaire botanische kenmerk is de uiterste bladtop, die uitloopt in een flexibele, spiraalvormig gekrulde rank waarmee de plant zich letterlijk vastgrijpt aan naburige takken. In de vroege zomer verschijnen er vanuit de bladoksels kleine groepjes van twee tot vier hangende, buisvormige bloemen die wit tot groenwit van kleur zijn en vaak versierd zijn met een elegante lila of paarse zweem. Na de bloeiperiode transformeren deze klokjes in de herfst tot opvallende, bolvormige bessen die rijpen naar een helderrode tot diep purperrode kleur.
Verschil met Polygonatum verticillatum
Polygonatum verticillatum is een van nature in Europa en delen van Aziƫ voorkomende soort die, in tegenstelling tot de klauterende Polygonatum cirrhifolium, een strak opgaande en volkomen zelfdragende habitus heeft met stevige, onvertakte stengels die als architectonische speren recht omhoog groeien. Het meest betrouwbare determinatiekenmerk bevindt zich aan de uiterste top van de bladeren; waar de smalle bladeren van Polygonatum cirrhifolium eindigen in een spiraalvormig gekrulde hechtrank waarmee de plant klimt, bezitten de lancetvormige bladeren van Polygonatum verticillatum een volkomen normale, rechte en scherpe bladpunt zonder enige neiging tot krullen of ranken. Ook in de bloeiwijze en de vruchtzetting zijn duidelijke nuances te ontdekken, aangezien de groenwitte bloemen van de kranssalomonszegel zich in de herfst ontwikkelen tot bessen die weliswaar rood aanlopen, maar uiteindelijk naar een veel donkerder, blauwachtig rood tot bijna zwartviolet rijpen, terwijl de bessen van Polygonatum cirrhifolium hun helderrode tot diep purperrode kleur behouden. Tot slot vertoont de stengel van Polygonatum verticillatum vaak een hoekige of diep gegroefde structuur en is deze in de regel intenser roodpaars gespikkeld aan de basis dan de rondere, flexibelere stengels van haar rankende Aziatische tegenhanger.
Verschil met Polygonatum kingianum
Polygonatum kingianum is in alle opzichten een aanzienlijk grotere, forsere en meer monumentale plant dan Polygonatum cirrhifolium. Waar de slanke stengels van Polygonatum cirrhifolium zelden dikker worden dan een potlood en tot 150 cm lang reiken, kan de monumentale Polygonatum kingianum in de vochtige bergbossen van China en Vietnam gigantische, dikke stengels ontwikkelen die een indrukwekkende lengte van twee tot wel drie meter bereiken. Dit verschil in groeikracht weerspiegelt zich ook in het loof; de bladeren van Polygonatum kingianum zijn breder, groter en bezitten aan de top weliswaar een gebogen of licht gekrulde punt, maar deze is lang niet zo sterk en verfijnd spiraalvormig tot een echte hechtrank ontwikkeld als de gracieuze, elastische bladwimpers van Polygonatum cirrhifolium.
Het meest spectaculaire en directe verschil is echter te zien tijdens de bloeiperiode in de vroege zomer. Terwijl Polygonatum cirrhifolium ingetogen, smalle, witgroene bloempjes draagt met een subtiele lila of paarse zweem, steelt Polygonatum kingianum de show met veel grotere, brede en opvallend oranje, helderrode tot diep steenrode bloemen. Tot slot verschillen de twee soorten in hun winterhardheid en habitatvoorkeur, aangezien de compactere Polygonatum cirrhifolium afkomstig is uit de hogere, koudere regio's van de Himalaya en daardoor volledig winterhard is in het gematigde klimaat, terwijl de subtropische reus Polygonatum kingianum uit lagere, warmere Chinese bosranden stamt en in onze streken aanzienlijk meer winterbescherming vraagt.
Officiƫle taxonomische autoriteit
Polygonatum cirrhyfolium werd voor het eerst geldig gepubliceerd in het monumentale werk Illustrations of the Botany and other branches of the Natural History of the Himalayan Mountains, op pagina 380 in het jaar 1839.
Wall.Ā
De naam tussen haakjes, afgekort als Wall., staat voor de Deense arts en botanicus Nathaniel Wallich, die als directeur van de botanische tuin in Calcutta gigantische expedities leidde door India, Myanmar en Nepal. Tijdens een van deze reizen in de vroege negentiende eeuw stuitte Wallich op deze bijzondere, klimmende varenachtige verschijning en gaf de plant in zijn officiĆ«le plantencatalogus de naam Convallaria cirrhifolia, waarmee hij de plant destijds classificeerde als een directe verwant van het lelietje-van-dalen. Omdat Wallich de allereerste wetenschapper was die de specifieke soortaanduiding cirrhifolia ā wat letterlijk 'met bladranken' betekent ā aan deze unieke plant toekende, blijft zijn naam volgens de internationale regels van de botanische nomenclatuur voor altijd als eerbetoon tussen haakjes vermeld staan.
Royle
De autoriteit buiten de haakjes, Royle, verwijst naar de Britse botanicus en legerarts John Forbes Royle, die de leiding had over de botanische tuinen in Saharanpur aan de voet van de Westelijke Himalaya en die de bergzones intensief bestudeerde. In 1839 publiceerde Royle zijn beroemde meesterwerk over de natuurlijke historie van de Himalaya, waarin hij de eerdere bevindingen van Wallich kritisch tegen het licht hield. Royle realiseerde zich dat de morfologische kenmerken van de plant, zoals de structuur van de wortelstok en de stand van de bloemen, overduidelijk aantoonden dat de soort niet in het geslacht van de lelietjes-van-dalen thuishoorde, maar een legitieme salomonszegel was. Hij corrigeerde deze fout door de plant officieel over te brengen naar het juiste geslacht, waardoor de definitieve botanische combinatie Polygonatum cirrhifolium (Wall.) Royle een feit werd en de geschiedenis van deze twee invloedrijke heren voor eeuwig in de plantenwereld werd vastgelegd.