Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Disporum
- viridescens
viridescens
Disporum viridescens (Maxim.) Nakai
Disporum viridescens (Maxim.) Nakai, voor het eerst onder deze naam geldig gepubliceerd in 1911 in het Journal of the College of Science, Imperial University of Tokyo, is een overblijvende geofyt uit de herfsttijloosfamilie (Colchicaceae). Deze algemeen geaccepteerde soort is inheems in het gematigde bioom van Noordoost-Azië, met een verspreidingsgebied dat het Russische Verre Oosten, Noord-China, Korea en het noorden en midden van Japan omvat. De plant groeit vanuit een slanke, kruipende ondergrondse wortelstok en ontwikkelt rechtopstaande, niet of slechts heel beperkt vertakte stengels die een bescheiden hoogte van 30 tot 60 centimeter bereiken. De stengels zijn glad, sappig en dragen verspreid staande, ovaal-elliptische tot langwerpige bladeren die aan de basis stengelomvattend of zittend (sessile) zijn. Het blad heeft een heldergroene kleur, een dunne maar stevige textuur en eindigt in een scherpe, geleidelijk toelopende punt met parallelle nerven.
In de late lente (mei-juni) verschijnen aan de toppen van de stengels de karakteristieke, smalle, klokvormige bloemen die meestal solitair of heel soms in paren naar beneden hangen. De zes bloemdekbladeren (tepalen) zijn circa 15 tot 20 millimeter lang en hebben een opvallende, bleekgroene tot groenachtig witte kleur waaraan de soort zijn soortaanduiding viridescens dankt. Na de bloei transformeert het vruchtbeginsel in een bolvormige bes die bij rijping in de nazomer diepblauw tot glanzend zwart kleurt.
Binnen het grotere geslacht Disporum onderscheidt Disporum viridescens zich in de eerste plaats door zijn strikt opgaande, vrijwel onvertakte groeiwijze, wat een scherp contrast vormt met de struikachtige en rijkelijk vertakte habitus van soorten zoals Disporum cantoniense. Waar veel tropische en subtropische Aziatische soortgenoten grote, hangende bloemtrossen van wel tien stuks dragen, produceert D. viridescens steevast solitaire of gepaarde bloemen aan de stengelknopen. Een heel specifiek floristisch kenmerk waarmee deze soort verschilt van Disporum smilacinum is de bloemkleur en -vorm; D. smilacinum heeft puur witte, wijd openstaande bloemen, terwijl de bloemen van D. viridescens groenachtig van kleur zijn en veel smaller, buisvormig gesloten blijven.
Ten opzichte van Disporum sessile, die eveneens in Japan voorkomt, onderscheidt D. viridescens zich door zijn bloemdekbladeren die aan de basis niet of nauwelijks zakvormig (geaccuumpteerd) zijn uitgerekend, terwijl de bloemen van D. sessile een duidelijk gezwollen basis hebben. Ook de meeldraden bieden een diagnostisch verschil, aangezien de helmdraden bij D. viridescens relatief lang zijn en de helmknopen vaak net binnen of ter hoogte van de opening van de bloemkroon positioneren, in tegenstelling kortere constructies bij andere compacte soorten. Tot slot zorgt het specifieke, koudere herkomstgebied in het gematigde bioom van Noordoost-Azië voor een duidelijke ecologische scheiding met de vorstgevoelige, tropische Disporum-soorten uit Malesië. Dankzij deze unieke combinatie van een compacte, onvertakte structuur, groenachtige solitaire bloemen en gladde, zwarte bessen is Disporum viridescens botanisch perfect te determineren.