Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Tricyrtis
- puberula
puberula
Tricyrtis puberula Nalao & Kitag
Tricyrtis puberula is een zeldzame, schaduwminnende vaste plant uit de leliefamilie (Liliaceae). Ze valt op door haar unieke, orchidee-achtige bloei in de vroege zomer en haar decoratieve, zacht behaarde blad. Deze soort brengt een exotische elegantie naar de koelere, vochtige schaduwtuin.
Algemene Kenmerken & Groeiwijze
- Type: Kruidachtige, bladverliezende vaste plant. De bovengrondse delen sterven in de winter volledig af. De plant overwintert via korte, ondergrondse uitlopers (stolonen) die in het voorjaar nieuwe scheuten vormen
- Hoogte: 60 tot 95 cm (inclusief bloeiwijze)
- Herkomst: Endemisch in de schaduwrijke bergbossen van Centraal- en Noordoost-China (o.a. Sichuan, Hebei en Shaanxi)
Omschrijving
- Blad: De stengelomvattende bladeren zijn elliptisch tot eirond, lopen spits toe en zijn aan beide zijden dicht zacht behaard (pubescent).
Jonge bladeren lopen fraai uit met grote, opvallende donkerpaarse tot zwarte vlekken die in de zomerhitte geleidelijk vervagen. - Bloemen: De stervormige bloemen (2,5 tot 3,4 cm in diameter) staan in eindstandige bijschermen. Ze zijn bleekgroen tot bleek geelgroen van kleur en dicht bezet met fijne, roodpaarse of purperbruine spikkels. De binnenste bloemdekbladen zijn smal driehoekig-lancetvormig .
- Wortels: De vezelige hoofdwortels zijn karakteristiek oranjeachtig getint en bezet met ontelbare, minieme dieporanje stipjes.
Het cruciale verschil met Tricyrtis latifolia
| Kenmerk | Tricyrtis puberula (Donzige Paddenlelie) | Tricyrtis latifolia (Tamagawa Paddenlelie) |
|---|---|---|
| Herkomst | Exclusief inheems in China | Exclusief inheems in Japan |
| Bladbeharing | Dicht puberulent (behaard) op beide bladoppervlakken | Volledig kaal (glabrus) of enkel zeer lokaal op de nerven |
| Bloemkleur & Vlek | Bleekgroen tot bleek geelgroen; de (oranje)geel vlek aan de basis is vaak onzichtbaar of zeer zwak | Helder botergeel tot bleekgeel; met een zeer duidelijke, contrasterende oranjegele vlek aan de basis |
| Bloemvorm | Op de eerste bloeidag staan de bloemdekbladen vlak/horizontaal uitgespreid | De bloemen zijn gedurende de gehele bloei trechtervormig (dekbladen staan schuin omhoog in een hoek van 45°) |
| Binnenste bloemdekblad | Smal driehoekig (narrowly deltoid) | Smal elliptisch-lancetvormig |
| Wortelsysteem | Intens bezet met dieporanje vlekjes | Witachtig tot lichtbruin, met geen of zeer fletse oranje vlekjes |
| Ondergrondse groei | Vormt minder en kortere stolonen (blijft compacter) | Vormt een rijker netwerk van langere stolonen (3-11 stuks) |
Achtergrondinformatie over ontdekker, officiële taxomische autoriteit en epitheton.
In 1933 trokken Nakai en de toen jonge Kitagawa samen op expeditie door de historische regio Jehol (vandaag voornamelijk Hebei). Ze verzamelden daar het type-exemplaar van deze paddenlelie, waarna ze de plant in 1934 in hun gezamenlijke publicatie Plantae Novae Jeholenses officieel de naam Tricyrtis puberula Nakai & Kitag. gaven.
Takenoshin Nakai (1882 – 1952) was een van de meest invloedrijke Japanse plantentaxonomen van de eerste helft van de 20e eeuw.
- Academische carrière: Hij studeerde af aan de prestigieuze Keizerlijke Universiteit van Tokio, waar hij in 1914 zijn doctoraat behaalde. Hij klom op tot hoogleraar in de plantentaxonomie (1927) en werd directeur van de botanische tuinen van Tokio (1931).
- Expertisegebied: Nakai was een absolute autoriteit op het gebied van de flora van Oost-Azië. Hij deed intensief veldonderzoek en schreef monumentale standaardwerken, waaronder de Flora Koreana en Flora Sylvatica Koreana.
- Oorlogsjaren: Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1943–1945) werd hij door het Japanse bestuur aangesteld als directeur van de beroemde 's Lands Plantentuin in Buitenzorg (het huidige Bogor Botanical Gardens in Indonesië), waar hij hielp de collecties te beschermen. Na de oorlog sloot hij zijn carrière af als directeur van het National Science Museum in Tokio.
- Botanische impact: Duizenden Aziatische plantensoorten zijn door hem beschreven of naar hem vernoemd (te herkennen aan de standdaardafkorting Nakai).
Masao Kitagawa (1910 – 1995) was een vooraanstaande Japanse botanicus en pteridoloog (varendeskundige) die veelvuldig met Nakai samenwerkte aan continentale Aziatische flora.
- Academische carrière: Kitagawa bracht het grootste deel van zijn actieve academische loopbaan door als gerespecteerd professor aan de Nationale Universiteit van Yokohama.
- Expertisegebied: Zijn specialisatie lag bij de plantenwereld van Noordoost-China (met name de regio Mantsjoerije) en Korea. Hij deed in de jaren 30 mee aan wetenschappelijke expedities in deze regio's (de expeditie waarbij ook Tricyrtis puberula in de provincie Hebei werd ontdekt) . Hij schreef onder andere het belangrijke overzichtswerk Lineamenta Florae Manshuricae (1939)
- Botanische impact: Zijn botanische standaardafkorting is Kitag.. Als eerbetoon aan zijn grote bijdrage aan de plantenwetenschap, vernoemde een Russische botanicus in 1986 een compleet plantengeslacht uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae) naar hem: het geslacht Kitagawia