Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Tricyrtis
- formosana
formosana
Tricyrtis formosana
Eigenschappen van Tricyrtis formosana:
- Wortelsysteem en Rhizomen: Uit morfologisch onderzoek blijkt dat T. formosana slanke, kruipende ondergrondse uitlopers (stolonen) produceert met een dikte van 0,2 tot 0,35 cm. Dit verschilt genetisch en morfologisch van Tricyrtis hirta, die een strikt polvormende (clump-forming) groeiwijze heeft zonder deze verspreidende stolonen.
- Stengelkenmerken: De stengels zijn onvertakt, opgaand tot licht aartsbuigend en bereiken een lengte van 35 tot 115 (soms tot 147) cm. Botanisch gezien is de stengel nagenoeg kaal tot zeer ijl behaard (glabrous), wat in schril contrast staat met de stengels van T. hirta, die dicht bezet zijn met zachte, opvallende trichomen (haren).
- Bladstructuur (Foliage): De bladeren zijn verspreid (alternerend) geplaatst, 7 tot 16 cm lang en hebben een stengelomvattende, hartvormige basis (clasping, cordate base). Wetenschappelijke data tonen aan dat het bladoppervlak aan de bovenzijde glad en glanzend is. De beharing beperkt zich hoofdzakelijk tot de nervatuur aan de onderzijde van het blad. Bij T. hirta is het volledige bladmat en viltig behaard. [
- Inflorescentie en Bloempositie: De bloeiwijze bestaat uit vertakte, eindstandige bijschermen (cymes) aan de top van de stengel en in de allerhoogste bladoksels. Dit fytografische kenmerk onderscheidt de soort direct van T. hirta, waarbij de bloemen solitair of in bundels in de bladoksels langs de gehele lengte van de stengel groeien.
- Bloemanatomie (Periant): De bloem is radiaal symmetrisch (stervormig) met 6 bloemdekbladen (tepalen). De drie buitenste tepalen vertonen aan de basis een duidelijke zakvormige uitzakking (nectariën). Dit specifieke kenmerk verklaart de geslachtsnaam (tri- = drie, kyrtos = gewelfd/bultig). De bloemkleur is wit tot bleekroze met dichte, macroscopische roodpaarse spikkels en een gele keel.
- Fylogenetische positie (vs. T. latifolia): Waar T. formosana en T. hirta fylogenetisch dicht bij elkaar liggen en protandrisch bloeien in de nazomer/herfst, wijkt een soort als Tricyrtis latifolia botanisch sterk af: deze bloeit aanzienlijk vroeger in het seizoen (juni–juli) met gele tepalen en bruine spikkels
Officiële taxonomische autoriteit
Eerst beschreven door: | John Gilbert Baker |
Jaar: | 1879 |
Extra info
De botanische auteur van de soort Tricyrtis formosana is de invloedrijke Britse botanicus John Gilbert Baker.
Hij publiceerde Tricyrtis formosana in 1879 in het tijdschrift Journal of the Linnean Society.
John Gilbert Baker was een van de belangrijkste Britse fytografen (plantenbeschrijvers) van de 19e eeuw, wiens expertise lag bij varens, liliaceae en irissen.
John Gilbert Baker was een van de belangrijkste Britse fytografen (plantenbeschrijvers) van de 19e eeuw, wiens expertise lag bij varens, liliaceae en irissen.
- Levensloop (1834–1920): Hij werd geboren in Guisborough (Yorkshire) en overleed in Kew (Londen).
- De brand in zijn herbarium (1864): In zijn vroege carrière werkte hij als handelaar, maar besteedde al zijn vrije tijd aan botanie. In 1864 verbrandde zijn complete huis, inclusief zijn enorme, jarenlang opgebouwde privé-herbarium en bibliotheek.
- Keeper van Kew Gardens: Ondanks dit enorme verlies pakte hij de draad op. Mede door zijn enorme kennis werd hij in 1866 aangenomen bij de Royal Botanic Gardens, Kew. Daar werkte hij zich op tot Principal Assistant en uiteindelijk tot hoofd van het herbarium (Keeper), een functie die hij bekleedde van 1890 tot zijn pensioen in 1899.
- Gigantisch oeuvre: Baker stond bekend om zijn immense werktempo. Hij schreef complete handboeken over grote, complexe plantengroepen zoals de Amaryllidaceae, Bromeliaceae, Iridaceae, en de varens.
Vanwege zijn leidende status binnen Kew en zijn enorme bijdrage aan de systematiek, hebben collega-botanici veel nieuw ontdekte soorten naar hem vernoemd met de soortaanduidingen bakeri, bakeriana of bakerianum. Voorbeelden: Iris bakeriana, Lilium bakerianum, Tulipa bakeri, Agave bakeri