Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Polygonatum
- humile
humile
Polygonatum humile Fisch. ex Maxim.
De soortnaam humile betekent letterlijk "laag" of "klein", wat direct verwijst naar de opvallend compacte groeiwijze van deze plant. Het natuurlijke verspreidingsgebied strekt zich uit over het gematigde bioom van Oost-Azië: van Oost-Kazachstan door Siberië, Mongolië en China tot aan Korea en Japan.
Stengel (Groeiwijze): In tegenstelling tot de grote, boogvormig overhangende stengels van soorten zoals P. multiflorum of P. × hybridum (die makkelijk 60 tot 100 cm lang worden), groeit P. humile strak rechtop. Het is een miniatuurversie binnen het geslacht; de gladde, licht hoekige stengels bereiken een hoogte van slechts 15 tot 30 centimeter.
Bladeren: De plant staat opvallend dicht in het blad. De bladeren staan verspreid (alternerend) en zijn eivormig tot elliptisch (3–7 cm lang). Waar de bladeren van de grotere soorten vaak strak in twee rijen naar de zijkant wijzen, krullen ze bij P. humile compacter rondom de opgaande stengel. De heldergroene bladeren hebben diepe, parallelle nerven en zijn aan de onderzijde bezet met microscopisch kleine, ruwe haartjes — een kenmerk dat ontbreekt bij de volledig gladde bladeren van bijvoorbeeld P. falcatum.
Bloemen: De bloeiperiode valt in mei en juni. De bloemetjes hangen meestal solitair of per twee aan korte steeltjes in de bladoksels. Dit deelt hij met P. odoratum, maar P. humile mist de sterke geur van die soort. De bloemen zijn klokvormig, witgroen van kleur met licht naar buiten gebogen lobben, en zijn in verhouding tot de totale plantlengte opvallend groot. Dit contrasteert sterk met de rijkere, hangende bloemtrossen (tot wel 5 of 7 bloemen) van P. cyrtonema of P. multiflorum.
Wortelstok: Ondergronds bevindt zich een slanke, cilindrische, horizontaal kruipende wortelstok. In tegenstelling tot de massieve, knoestige, gember-achtige wortelknollen van P. cyrtonema, is de wortelstok van deze dwergsoort dun en vertakt. Hierdoor vermeerdert de plant zich in de breedte sneller dan zijn grotere familieleden, wat resulteert in een dichte, tapijtachtige bodembedekking.
Vruchten: Na de bloei ontstaan er bolronde bessen die in de nazomer rijpen tot een diep blauwzwarte kleur, vergelijkbaar met de meeste andere Salomonszegels, maar in schril contrast met de steriele P. × hybridum, die vrijwel nooit vruchten draagt.
Officiële taxonomische autoriteit
De soort werd in 1859 formeel beschreven door de Russische botanicus Carl Johann Maximowicz in de memoires van de Keizerlijke Academie van Wetenschappen in Sint-Petersburg, waarbij hij zich baseerde op niet-gepubliceerd werk van Friedrich Ernst Ludwig von Fischer.
Friedrich Ernst Ludwig von Fischer (Fisch., 1782–1854)
Was een in Duitsland geboren Russische botanicus en de legendarische directeur van de Keizerlijke Botanische Tuin in Sint-Petersburg. Fischer verzamelde en bestudeerde talloze planten uit Siberië en Centraal-Azië. Hij herkende deze dwergplant als een nieuwe soort en gaf hem in zijn persoonlijke aantekeningen en herbarium de naam Polygonatum humile, maar hij stierf in 1854 zonder deze ontdekking ooit officieel in een wetenschappelijk tijdschrift te hebben gepubliceerd.
Carl Johann Maximowicz (Maxim., 1827–1891)
Was een van de belangrijkste Russische plantenjagers en botanici van de 19e eeuw. Hij deed destijds baanbrekend werk in het Amoer-gebied (de grens tussen Rusland en China) en Japan. Toen Maximowicz na zijn expedities de herbaria in Sint-Petersburg ordende, stuitte hij op de opmerkingen en de voorgestelde naam van de inmiddels overleden Fischer. Naast Polygonatum humile was hij ook de man die Polygonatum lasianthum (1883) officieel op de wetenschappelijke kaart zette.