Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Disporum
- cantoniense
cantoniense
Disporum cantoniense (Lour.) Merr.
Disporum cantoniense (Lour.) Merr., voor het eerst geldig gepubliceerd in 1919 in het Philippine Journal of Science, is een robuuste, overblijvende geofyt uit de herfsttijloosfamilie (Colchicaceae). De soort is inheems in het natte, tropische en subtropische bioom van Azië, met een verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van de Himalaya tot Zuid-China en het westen van Malesië. De plant groeit vanuit een korte, dikke wortelstok en vormt krachtige, bamboe-achtige stengels die aan de basis vaak sterk verhout zijn en een aanzienlijke hoogte van 60 tot wel 150 centimeter kunnen bereiken. In de hogere delen van de plant vertakken de stengels zich rijkelijk in een sierlijk overbuigend patroon. De bladeren staan verspreid, zijn langwerpig-lancetvormig tot elliptisch en hebben een gladde, leerachtige textuur met duidelijk geprononceerde, parallelle nerven die in een fijne punt uitlopen.
In het late voorjaar verschijnen aan de toppen van de zijtakken hangende, smalle, klokvormige bloemen die in schermachtige trossen van twee tot tien stuks bijeenstaan. De zes bloemdekbladeren zijn 15 tot 30 millimeter lang en variëren in kleur van romig wit en groenachtig geel tot diep purper of donkerpaars. Na de bloei ontstaan er bolvormige bessen die bij volledige rijping glanzend blauwzwart tot zwart kleuren.
Binnen het geslacht Disporum onderscheidt Disporum cantoniense zich in de eerste plaats door zijn indrukwekkende, bijna struikachtige formaat en de sterk vertakte, bamboe-achtige habitus, terwijl veel andere soorten (zoals de Noord-Amerikaanse soorten die nu tot Prosartes behoren) veel kleiner blijven en zelden verhouten. Een cruciaal floristisch verschil met de eveneens Aziatische soort Disporum viridescens is dat D. cantoniense hangende bloemen in trossen draagt, terwijl D. viridescens kleinere, min of meer opstaande, solitaire bloemen heeft. Vergeleken met Disporum smilacinum, een compacte Japanse soort met puur witte, wijd openstaande bloemen, heeft D. cantoniense veel langere, buisvormige bloemen die aan de basis opvallend zakvormig of kort gespoord zijn.
Daarnaast onderscheidt deze soort zich van de nauwverwante Disporum sessile doordat zijn bladeren duidelijk kort gesteeld zijn, in tegenstelling tot de (vrijwel) zittende bladeren van D. sessile. Botanisch essentieel is ook dat de meeldraden en de drielobbige stijl bij D. cantoniense vaak net zo lang zijn als of zelfs iets buiten de bloemkroon uitsteken, wat bij compactere soorten uit het geslacht zelden het geval is. Tot slot zorgt het specifieke verspreidingsgebied in het natte, tropische bioom van Zuidoost-Azië voor een ecologische scheiding met de winterharde, gematigde soorten uit Japan en Korea. Dankzij deze unieke combinatie van een forse, bamboe-achtige groeiwijze, langgerekte bloemklokken in trossen en de specifieke bloemanatomie is Disporum cantoniense binnen zijn geslacht uitstekend te identificeren.