Deze website is een catalogus van de planten in onze schaduwtuin. Als fervente liefhebbers van schaduwplanten wilden we in eerste instantie een overzicht voor onszelf creëren. Misschien kunnen ze ook een inspiratie zijn voor jouw schaduwborder of schaduwtuin. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wenst over een specifieke plant.
Zoek in onze tuin
- Producten ...
- Schaduwplanten
- Polygonatum
- odoratum
odoratum
Polygonatum odoratum (Mill.) Druce
Polygonatum odoratum (Mill.) Druce is een van de meest karakteristieke en wijdverspreide soorten uit de aspergefamilie (Asparagaceae). Zijn inheemse verspreidingsgebied is gigantisch en omvat het volledige gematigde bioom van Europa (inclusief de Benelux) tot aan Japan. Je vindt hem vooral op drogere, kalkrijke gronden, in lichte bossen en in de duinen.
Stengel (Groeiwijze): De plant blijft met een hoogte van 15 tot 50 centimeter een stuk lager en compacter dan de meeste van zijn familieleden. De kale stengel groeit schuin opgaand en buigt naar de top toe licht door. Het absolute sleutelkenmerk is dat de stengel scherp hoekig en kantige (duidelijk geribd) is. Dit is het belangrijkste verschil met de eveneens inheemse Gewone salomonszegel (P. multiflorum) en de Breedbladige salomonszegel (P. latifolium), die beide een perfect ronde, gladde stengel hebben.
Bladeren: De bladeren staan verspreid, maar zijn zo gedraaid dat ze zich min of meer naar één zijde richten, vaak ietwat omhooggericht. Ze zijn elliptisch tot eivormig (5–10 cm lang). De bovenzijde is helder tot blauwgroen; de onderzijde is volledig kaal en berijpt. Hiermee onderscheidt hij zich van P. latifolium, waarvan de bladeren aan de onderkant juist zacht behaard zijn, en van de reusachtige Chinese P. kingianum, waarvan de bladeren in kransen staan en eindigen in opgerolde grijp-ranken.
Bloemen: Zoals de naam odoratum ("geurend") al verklapt, zijn de bloemen sterk en zoetzoet geurend (een amandel- of lelietje-van-dalengeur). Dit is uniek, want de bloemen van P. multiflorum en de Aziatische P. lasianthum zijn nagenoeg geurloos. De bloemen hangen meestal solitair of per twee aan korte steeltjes in de bladoksels, in tegenstelling tot de rijkere bloemtrossen (2 tot 6 bloemen) van P. multiflorum en P. cyrtonema. De bloembuis is strak cilindrisch (1,5–2,5 cm lang), helderwit met groene tippen, en mist de typische insnoering ("wespentaille") in het midden die zo kenmerkend is voor P. multiflorum. De binnenzijde van de bloem is volledig glad, wat hem onderscheidt van P. lasianthum, die daar wollige haartjes heeft.
Wortelstok: Ondergronds bevindt zich een vlezige, wittige, kruipende wortelstok. Deze is slank en cilindrisch met de iconische ronde littekens. Hij mist de massieve, knoestige gember-achtige klompenvorm van de puur Chinese soorten zoals P. cyrtonema.
Vruchten: In de herfst produceert de plant bolronde bessen die rijpen naar een glanzend blauwzwarte of diepzwarte kleur.
Officiële taxonomische autoriteit
De soort werd in de 18e eeuw oorspronkelijk door Philip Miller (die als eerste geslacht Polygonatums beschreef) beschreven als Convallaria odorata, maar werd in 1906 door de Britse botanicus George Claridge Druce officieel naar het juiste geslacht overgebracht in de Annals of Scottish Natural History.
Philip Miller (1691-1771)
Miller was gedurende bijna vijftig jaar (van 1722 tot 1770) de hoofdbewaarder van de Chelsea Physic Garden in Londen, die destijds onder zijn leiding uitgroeide tot een van de rijkste botanische tuinen ter wereld.
De koning van de tuinbouw: Miller stond in heel Europa bekend als dé expert op het gebied van plantencultuur. Hij onderhield een enorme correspondentie met andere botanici en ontving zaden en planten uit alle windstreken.
Zijn meesterwerk: Zijn beroemdste werk is The Gardeners Dictionary (voor het eerst gepubliceerd in 1731). Dit was destijds de absolute 'bijbel' voor tuinbeplanting en botanie.
Zijn relatie met Linnaeus: Hoewel Miller aanvankelijk een beetje sceptisch was over het nieuwe, radicale classificatiesysteem van Carl Linnaeus (hij gaf de voorkeur aan de oudere systemen van Joseph Pitton de Tournefort), stapte hij in de latere edities van zijn Gardeners Dictionary (met name de invloedrijke 8e editie uit 1768) volledig over op de binominale nomenclatuur van Linnaeus. In die periode beschreef en benoemde hij ook de Welriekende salomonszegel. Omdat hij de plant destijds echter onderbracht in het oude verzamelgeslacht Convallaria, moest George Claridge Dregen in 1906 de naam formeel corrigeren naar Polygonatum odoratum. Millers naam blijft echter tussen haakjes staan als eerbetoon aan de oorspronkelijke auteur.