Prosartes lanuginosa (Michx.) D.Don, voor het eerst gepubliceerd in 1839 in de Proceedings of the Linnean Society of London, is een overblijvende geofyt uit de leliefamilie (Liliaceae). Deze geaccepteerde soort komt van nature voor in het gematigde bioom van het oosten van Noord-Amerika, verspreid van het zuiden van Ontario tot de oostelijke Verenigde Staten. De plant groeit vanuit een ondergrondse wortelstok tot een hoogte van 30 tot 75 centimeter, waarbij de stengels zich gaffelvormig vertakken en voorzien zijn van zittende, eivormige bladeren met een scherpe punt. In het voorjaar draagt de plant hangende, smalle, klokvormige bloemen die een egale, bleekgele tot groenachtig gele kleur hebben. Na de bloei ontwikkelen zich aan de stengeltoppen opvallende, glanzende bessen die bij rijping diep oranjerood kleuren.
Het belangrijkste kenmerk waarmee Prosartes lanuginosa zich onderscheidt van de in hetzelfde leefgebied voorkomende Prosartes maculata, is dat zijn bloemdekbladeren volledig egaal geelgroen zijn en de opvallende paarse spikkels missen. Daarnaast is de soort door zijn zacht en wollig behaarde stengels en bladonderzijden direct te onderscheiden van de West-Amerikaanse Prosartes smithii, die juist volledig glad en onbehaard is. Hoewel de stengels van deze soort harig zijn, produceert de plant in tegenstelling tot Prosartes trachycarpa (welke wrattige vruchten heeft) juist volkomen gladde bessen. Tot slot bezit Prosartes lanuginosa aanzienlijk grotere bloemen dan Prosartes hookeri, waarbij de meeldraden bovendien binnen de bloemkroon blijven in plaats van er ver buiten te steken. Dankzij deze specifieke combinatie van egale bloemen, wollige beharing en gladde vruchten is deze oostelijke soort botanisch uniek binnen zijn geslacht.
Deze andere producten kunnen je interesseren