Selaginella douglasii (Hook. & Grev.) Spring (basioniem: Lycopodium douglasii Hook. & Grev., 1831, vernoemd naar de beroemde Schotse botanicus David Douglas) is een zeldzame en fylogenetisch unieke mosvaren die endemisch is in het noordwesten van Noord-Amerika (Pacific Northwest, voornamelijk in de Columbia River Gorge in Oregon, Washington en Idaho). De plant groeit op vochtige, met mos bedekte basaltrotsen en schaduwrijke bosgronden, waar ze platte, matvormende tapijten vormt van 5 tot 12 cm hoog.
Morfologisch vertoont Selaginella douglasii een strakke, geveerde vertakking met dunne, flexibele stengels. De microfyllen zijn heterofyl geordend in vier rijke banen: de zijdelingse microfyllen spreiden zich wijd uit, zijn eivormig-oblong met een stomp-spitse top, terwijl de centrale microfyllen kleiner en nauw aangedrukt zijn. Aan de onderzijde van de stengels ontspringen op regelmatige afstanden slanke rhizophoren. Het loof heeft een frisse, heldergroene kleur en een opvallend platte, gelaagde structuur.
De strobili van Selaginella douglasii zijn eindstandig geplaatst op de korte zijtakken, vierhoekig van vorm en 0,5 tot 1,5 cm lang. De sporofyllen zijn gelijkvormig, eivormig-acuminaat en dragen in hun oksels de megasporangia en microsporangia. De megasporen zijn bleekgeel met een fijn wrattig (verrucaat) wandoppervlak. Sporenrijping vindt plaats in het midden van de zomer, waarna het sporenpoeder door regenwater en wind wordt verspreid.
Dankzij haar herkomst uit de bergen van het Noord-Westen van Amerika is Selaginella douglasii zeer winterhard tot -22°C (USDA zone 5b). Teeltechnisch verlangt deze zeldzame soort een hele koele, vochtige en beschutte schaduwplek op een gruisrijke, goed gedraineerde maar permanent vochthoudende humusrijke bodem of rotswand. Ze is uitermate geschikt voor rotstuinen, schaduwrijke muurspleten en alpiene kassen waar een hoge luchtvochtigheid heerst.
Deze andere producten kunnen je interesseren