Botanische auteur: (Forssk.) Moore ex Woynar var. plumosum (Plumosum Group) | Familie: Dryopteridaceae | Herkomst: Historische Engelse variëteitsgroep (Victoriaans erfgoed).
Polystichum setiferum var. plumosum (de klassieke Pluimvaren) omvat een reeks aristocratische Victoriaanse meester-selecties (zoals 'Plumosum Densum', 'Plumoso-multilobum'). De variëteitsgroep kenmerkt zich door meervoudig geveerd, donsachtig en overlappend loof. De plant vormt een brede, sierlijke roset van 45 tot 80 cm hoog.
Morfologisch is de fronde 3- tot 4-voudig geveerd (tripinnatofid tot quadripinnatofid). De pinnulae zijn uitzonderlijk diep ingesneden in delicate, platte, dakpansgewijs overlappende deellobben. Dit geeft de fronde het aanzien van een dicht geweven struisvogelveer en zachte mospluim. Het loof is fluweelzacht, helder geelgroen tot mosgroen, met heel fijne, zachte naaldtjes. De stipe en rachis zijn dicht bezet met goudoranje tot lichtbruine viltige schubben.
Bij de echte plumosum-vormen is de sporenfysiologie sterk gereduceerd; de sori zijn vaak spaarzaam of vertonen geaborteerd sporenweefsel (deels steriel vanwege de extreme morfologische mutatie). De plant compenseert dit door de frequente vorming van vegetatieve broedknoppen langs de hoofdspil en secundaire rachides, die op een vochtige, humusrijke ondergrond gemakkelijk bewortelen.
Teeltvoorschriften en standplaats: Vereist een beschutte, luwe schaduwplek op een humusrijke, voedselrijke en permanent licht vochtige bodem, beschermd tegen felle droogte en harde wind. Volkomen winterhard tot -22°C (USDA zone 6a).
Deze andere producten kunnen je interesseren