Botanische auteur: (Franch.) N.Tanaka, Novon 13: 331 (2003) | Basioniem: Campylandra delavayi Franch. (1896) | Synoniemen: Tupistra delavayi, Rohdea fimbriata, Rohdea lihengiana | Familie: Asparagaceae | Herkomst: Vochtige bergbossen en schaduwrijke rotsen in China (Yunnan, Sichuan, Guangxi), Noord-India en Nepal.
Rohdea delavayi, volksmondelijk bekend als Delavay's Rohdea of Chinese Purperen Rohdea, is een robuuste bosplant behorend tot de familie Asparagaceae. De soort werd in 1896 door de Franse botanicus Adrien René Franchet beschreven als Campylandra delavayi en in 2003 door Dr. Nobuyuki Tanaka overgeheveld naar het geslacht Rohdea. Het specifieke epitheton 'delavayi' eert de bekende Franse plantenverzamelaar Pater Jean Marie Delavay. In het wild groeit de soort in dichte, vochtige bergbossen, bamboebossen en op schaduwrijke rotswanden op hoogtes van 1000 tot 2900 meter in China, India en Nepal.
Morfologisch vormt Rohdea delavayi een krachtige, strakke bladrozet van 35 tot 60 cm hoog uit een stevig, horizontaal kruipend rhizoom van 1 tot 1.5 cm dikte. De bladeren (3 tot 5 per rozet) zijn langwerpig-lancetvormig tot lorate, stijf rechtopstaand met een overhellende top, spiegelglanzend donkergroen van boven en voorzien van 3 tot 5 sterk verhoogde, ribachtige lengtenerven aan de onderzijde. Het loof heeft een robuuste, lederachtige substantie die bestand is tegen gure weersomstandigheden.
De bloeifysiologie is uniek binnen het geslacht. In de midzomer verschijnt uit het hart van de rozet een hele dichte, cilindrische spica (5 tot 8 cm lang) op een korte, stevige stengel. De vlezige perianthbloemen hebben een opvallende donker purperbruine, bordeauxrode tot olijf-koperen kleur. De keel van de bloem wordt vrijwel volledig opgevuld door een grote, paddestoel- tot schildvormige (peltiate) stempel die zorgt voor geofiele bestuiving. Na bevruchting ontstaan kogelronde bessen die rijpen naar een sierlijk purperrood tot oranjerood.
In de tuin is Rohdea delavayi een van de meest imposante en betrouwbare bladhoudende schaduwplanten voor bostuinen, verzamelaarsborders en luwe schaduwhoeken. De plant verlangt een halfschaduwrijke tot luwe diepschaduwrijke standplaats op een permanent vochthoudende, koele en diep humusrijke grond met een hoge portie bladaarde. Ze is uitstekend winterhard (-15°C tot -18°C, USDA zone 7a) en blijft gedurende het hele jaar volledig groenblijvend met een spiegelglanzende uitstraling.
Deze andere producten kunnen je interesseren