Botanische auteur: (Baker) Ching 'Maximus' (synoniem: Neolepisorus macrosphaerus 'Maximus') | Familie: Polypodiaceae | Herkomst: Montane bergbossen van de Himalaya en Zuidwest-China.
Lepisorus macrosphaerus 'Maximus' (in de vakliteratuur ook wel aangeduid als Neolepisorus macrosphaerus 'Maximus') is een spectaculaire reuzen-vorm van de Himalayan strap fern. Oorspronkelijk door J.G. Baker in 1875 beschreven als Polypodium macrosphaerum, verwijst de soortnaam macrosphaerus direct naar de gigantische, opbollende sporenorganen van deze varen. De selectie 'Maximus' werd geselecteerd vanwege haar uitzonderlijke bladafmetingen en kolossale sori-structuren.
Morfologisch vormt Lepisorus macrosphaerus 'Maximus' vanuit een dikke, vlezige kruipende wortelstok een opgaande rozet van 40 tot 65 cm hoog. De frondes zijn langgerekte, riem- tot zwaardvormig, 4 tot 6 cm breed, met een stijf-lederachtige substantie en een spiegelglanzende donkergroene bovenzijde. Het bladweefsel is volkomen gaafrandig met een uitgesproken hoofdnerf en verzonken secundaire netnervatuur.
De sporenfysiologie van deze selectie is ronduit indrukwekkend. Aan de onderzijde van het fertiele blad vormen zich ronde, exindusiate sori met een gigantische diameter van 5 tot 6 mm. Deze sori liggen als strakke, opbollende goudoranje knopen geordend in één enkele rij aan weerszijden van de hoofdnerf. Bij het rijpen van de sporangia bedekken de sporenmassa's vrijwel de gehele onderzijde van de bovenste bladhelft.
In de tuin is Lepisorus macrosphaerus 'Maximus' een fantastische structuurplant voor luwe schaduwborders en verhoogde plantbedden. De varen vraagt een beschutte standplaats in de halfschaduw op een vochthoudende, kalkarme tot neutrale en uiterst humusrijke bodem. De plant verdraagt tijdelijke droogte dankzij haar vlezige rhizoom en dikke bladeren. Ze is zeer winterhard (-15°C tot -18°C, USDA zone 7a) en blijft 's winters groenblijvend.
Deze andere producten kunnen je interesseren