Botanische auteur: (Thunb.) Fraser-Jenk., New Fl. Europ. Ferns 101 (1992) | Basioniem: Asplenium lanceum Thunb. (1784) | Synoniemen: Diplazium lanceum (Thunb.) Presl; Triblemma lanceum (Thunb.) Ching | Familie: Athyriaceae | Herkomst: Oost-Azië (Japan, Zuid-Korea, Taiwan, China, Himalaya) in klamme bosvalleien.
Deparia lancea is een unieke en primitieve Oost-Aziatische dubbelvaren die reeds in 1784 door Carl Peter Thunberg werd beschreven als Asplenium lanceum en in 1992 door Christopher Fraser-Jenkins binnen het genus Deparia werd geplaatst. In de literatuur is de soort tevens bekend onder de synoniemen Diplazium lanceum en Triblemma lanceum. Fylogenetisch behoort ze tot de familie Athyriaceae. Binnen het geslacht Deparia neemt ze een bijzondere positie in vanwege haar gaafrandige, ongedeelde bladeren.
Morfologisch wijkt Deparia lancea sterk af van het gebruikelijke varenuiterlijk. Uit een dunne, wijd vertakte en kruipende wortelstok ontspruiten enkelvoudige, ongedeelde frondes van 20 tot 40 cm lang. De bladschijf is smal-lancetvormig (lancea = 'speer- of lancetvormig'), gaafrandig tot licht golflijnig, met een spitse top en een wigvormige basis. Het bladweefsel is stevig lederachtig, diepgroen en spiegelglanzend. De stipe is slank, stijf en aan de basis bezet met donkerbruine, lancetvormige schubben.
De sporenfysiologie wordt gekenmerkt door opvallende, langgerekte sori die schuin op de hoofdnerf staan opgesteld langs de parallelle zijnerven. De sori zijn diplazioid tot athyrioid van structuur: ze liggen vaak ruggelings in paren aan weerszijden van een zijnerf met indusia die naar tegengestelde zijden openklappen. Het indusium is vliezig, recht en persistent. De sporangia laten bij rijping in de late zomer donkerbruine, monolete sporen los met een sterk geplooid perisporium.
In de tuinbeplanting vormt Deparia lancea een rustgevende, matvormende bodembedekker voor schaduwrijke bosgronden en klamme rotsbedden. De varen gedijt het beste op een halfschaduwrijke tot luwe schaduwplek op een permanent vochtige, kalkarme en diep humusrijke grond met een hoge dosis bladaarde. De plant is goed winterhard (-18°C, USDA zone 7a) en overleeft koude winters met behoud van haar wortelstok, waarna ze in het voorjaar fris uitstoelt.
Deze andere producten kunnen je interesseren