Pellaea falcata (R.Br.) Fée is een sierlijke, wintergroene varen behorend tot de familie Pteridaceae. De botanische moedersoort werd door de beroemde Britse botanicus Robert Brown beschreven als Pteris falcata en later door Antoine Laurent Apollinaire Fée ingedeeld in het geslacht Pellaea. Ze is inheems in het oosten van Australië (Queensland, New South Wales, Victoria, Tasmanië), Nieuw-Zeeland en delen van India. In Australië staat ze bekend als de 'Sickle Fern' vanwege de karakteristieke sikkelvorm van haar deellobben. Ze groeit van nature in het onderhout van droge eucalyptuszones, klamme bergvalleien en op beschaduwde rotsformaties.
Morfologisch vormt Pellaea falcata een stijf opgaande tot sierlijk gebogen rozet van 30 tot 60 cm hoog vanuit een kort kruipend, met donkerbruine schubben bedekt rhizoom. De frondes zijn enkel geveerd (pinnatofid) met een stijve, donkerbruine tot vrijwel zwarte stipe en rachis die dicht bezet is met schubachtige haren. De pinnen zijn smal-sikkelvormig (falcate), 2 tot 6 cm lang, met een scherpe bladtop en een spiegelglanzend, donkergroen en dik lederachtig bladoppervlak. Het loof voelt uitzonderlijk stevig en verhout aan.
De voortplantingsfysiologie vertoont strakke, continue marginale coenosori die als donkerbruine randbanden langs de gehele onderzijde van de sikkelvormige pinnen lopen. De sporangia worden afgedekt door een smal, vliezig en roestbruin pseudo-indusium. De sporenrijping vindt plaats in de late zomer en het najaar. De sporen ontkiemen betrouwbaar op vochtige, mineraalrijke substraten.
In de tuinbeplanting is Pellaea falcata een zeer waardevolle structuurplant voor beschutte schaduwborders, rotstuinen en houten troggen. De varen vraagt een halfschaduwrijke tot lichte schaduwstandplaats en een vochthoudende maar perfect drainerende, humusrijke grond met een goede minerale structuur. Ze is matig winterhard (-6°C tot -10°C, USDA zone 8b/9a) en vraagt in koudere regio's een beschermende winterdeklaag of teelt in een onverwarmde kas.
Deze andere producten kunnen je interesseren