Botanische auteur: (Hoffm.) A.Gray 'Crispa Whiteside' | Familie: Dryopteridaceae | Herkomst: Engelse meester-selectie uit de Brede Breukvaren.
Dryopteris dilatata 'Crispa Whiteside' is een hoogwaardige, verfijnde Engelse cultivar van de Brede Breukvaren. De botanische moedersoort Dryopteris dilatata werd beschreven door Georg Franz Hoffmann en door Asa Gray ingedeeld bij Dryopteris. De cultivar 'Crispa Whiteside' werd ontdekt en geselecteerd door Whiteside in Engeland. Ze onderscheidt zich door haar dicht geplooide, gekroesde pinnulae die het brede, driehoekige blad een ongeëvenaarde driedimensionale textuur en diepe, fluweelachtige schaduwwerking verlenen.
Morfologisch bouwt Dryopteris dilatata 'Crispa Whiteside' een krachtige, brede vaasrozet op van 45 tot 75 cm hoog en ruim 60 cm breed. De frondes zijn breed-driehoekig tot eivormig, drie- tot viervoudig geveerd (tri- tot quadripinnatofid). Bij 'Crispa Whiteside' zijn de secundaire en tertiaire segmenten niet plat, maar strak gekroesd, golvend en dicht op elkaar opgespannen. Dit geeft de gehele fronde het uiterlijk van een dicht geweven, fluweelzacht groen kussen. De stipe is krachtig en dicht bezet met tweekleurige, lanceervormige schubben die in het centrum een donkerbruine tot zwarte streep bezitten.
De sporenontwikkeling vindt plaats aan de onderzijde van de gekroesde pinnulae. De sori zijn mediaal opgesteld langs de zijnerven, orbiculair van vorm en voorzien van prominente, niervormige (reniforme) indusia die bezet zijn met minuscule klierharen. De sporangia rijpen in de late zomer en laten oranjebruin sporenpoeder los. Verschillend van andere gekroesde cultivars vertoont 'Crispa Whiteside' een goede sporenkiemkracht, waarbij zaailingen een hoge mate van het karakteristieke gekroesde bladdesign overerven.
In de tuinbeplanting is Dryopteris dilatata 'Crispa Whiteside' een buitengewoon waardevolle structuurplant voor vochtige bosgronden, schaduwborders en de randen van vijvers. De varen verlangt een halfschaduwrijke tot diep schaduwrijke standplaats op een vochthoudende, kalkarme tot neutrale en humusrijke bodem. De cultivar is uitstekend winterhard tot -22°C à -25°C (USDA zone 5a) en behoudt in beschutte bosomgevingen haar wintergroene loofstructuur tot diep in de winter.
Deze andere producten kunnen je interesseren