Botanische auteur: (L.) Schott 'Crispa Cristata' | Familie: Dryopteridaceae | Herkomst: Historische Victoriaanse selectie uit de inheemse Mannetjesvaren.
Dryopteris filix-mas 'Crispa Cristata' is een klassieke, uiterst karaktervolle Victoriaanse cultivar van de inheemse Mannetjesvaren. De botanische moedersoort Dryopteris filix-mas werd reeds in 1753 door Carl Linnaeus formeel beschreven. De cultivar 'Crispa Cristata' combineert twee bijzondere bladmutaties in één plant: 'crispa' (gekreukeld, geplooid bladweefsel) én 'cristata' (gekuifde, waaiervormige pindentoppen). Deze historische selectie geldt als een van de meest robuuste en compacte dwergvormen binnen het mannetjesvaren-assortiment.
Morfologisch bouwt Dryopteris filix-mas 'Crispa Cristata' een gedrongen, hele dichte rozet op van 40 tot 65 cm hoog. De frondes zijn bipinnatofid en bezitten een rijke, fluweelachtige donkergroene kleur. De pinnulae zijn niet plat, maar dicht geplooid, gekreukeld en overlappend gemonteerd op de secundaire assen, wat het blad een vol, driedimensionaal mosachtig uiterlijk geeft. De toppen van de frondes én de uiteinden van alle zijpinnen splitst zich in foute, gedraaide waaierkuifjes. De stipe is kort, stevig en bezit bleekbruine basale schubben.
De voortplanting verloopt via de klassieke generatieve sporencyclus. Aan de onderzijde van de gekreukelde pinnen bevinden zich prominente, ronde sori die geordend liggen in twee rijen nabij de middennerf. De sori worden beschermd door stevige, niervormige (reniforme) indusia die langdurig aanwezig blijven op het fertiele blad. De sporen rijpen in de hoogzomer (juli-augustus) en laten lichtbruin sporenpoeder los. Zaailingen uit sporen vertonen een hoge mate van vormvastheid, waarbij de gekreukelde en gekuifde eigenschappen betrouwbaar terugkeren.
In de tuinbeplanting is Dryopteris filix-mas 'Crispa Cristata' een uitermate makkelijke, adaptieve en ijzersterke schaduwplant. Ze gedijt op vrijwel elke bodemgesteldheid, van neutrale tot kalkrijke grond, mits deze vochthoudend en humusrijk is. De cultivar is extreem winterhard tot -25°C à -30°C (USDA zone 4a) en verdraagt tijdelijke droogte in de schaduw veel beter dan andere varensoorten. Een uitstekende keus voor kleine schaduwtuinen, rotstuinen en vakbeplanting onder volwassen bomen.
Deze andere producten kunnen je interesseren