Botanische auteur: Hook. (1852) | Familie: Dennstaedtiaceae | Herkomst: Endemisch in de montane en subalpiene graslanden, bosranden en rivierdalen van Nieuw-Zeeland (Noord- en Zuidereiland).
Hypolepis millefolium (de Nieuw-Zeelandse duizendblad-varen of Lace Fern) is een sierlijke, extreem geharde varen behorend tot de familie Dennstaedtiaceae. De soort werd in 1852 formeel beschreven door Sir William Jackson Hooker in zijn standaardwerk Species Filicum. De soortaanduiding 'millefolium' (duizendbladerig) verwijst naar het extreem fijn ingesneden, duizendblad-achtige loof. In sommige horticulturele inventarissen verschijnt de foute synoniem-aanduiding Ficinia millefolium, wat berust op een taxonomische naamsverwarring met de Nieuw-Zeelandse cypergras-familie (Ficinia/Cyperaceae); Hypolepis millefolium is echter een rasechte varen behorend tot de Dennstaedtiaceae-familie.
Morfologisch vormt Hypolepis millefolium snel uitbreidende, ijle matten van fijngeveerd loof vanuit een ver vertakt, ondergronds kruipend rhizoom dat bedekt is met fijne, roestbruine haren (geen schubben). De frondes zijn eivormig-driehoekig, 20 tot 45 cm lang, en drie- tot viervoudig geveerd (tri- tot quadripinnate). De ultieme pinnulae zijn piepklein, fijn getand en bezitten een zachte, licht behaarde bovenzijde. Een unieke eigenschap is de uitgesproken zoete hooigeur (coumarine) die het loof verspreidt wanneer het wordt aangeraakt of gedroogd. In het najaar kleurt het frisgroene loof prachtig goudgeel voordat het winterhard afsterft.
De voortplantingsfysiologie van Hypolepis millefolium wordt gekenmerkt door kleine, orbiculaire marginale sori die zich bevinden in de insnijdingen van de ultieme segmenten. Net als bij andere Dennstaedtiaceae bezitten de sori geen echt indusium; in plaats daarvan wordt de jonge sporangia-cluster gedeeltelijk beschermd door een omgebogen, vliesachtig blaadjestandje (pseudo-indusium). De sporangia rijpen in de late zomer en laten fijne, transparante, nier-vormige sporen los. Vanwege het krachtige ondergrondse rhizoom breidt de plant zich vegetatief zeer snel uit en vormt dichte, hechte kolonies op open gronden.
In de tuinbeplanting is Hypolepis millefolium een van de meest winterharde Nieuw-Zeelandse varens, bestand tegen extreme temperaturen van -22°C tot -27°C (USDA zone 5a). De plant is uitermate geschikt als snelgroeiende bodembedekker voor grote schaduwborders, beekranden, bosgronden en verhoogde plantbedden. Ze verlangt een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats op een vochthoudende, kalkarme en diepe, humusrijke grond. Dankzij haar wortelkracht verdraagt ze concurrentie van boomwortels goed en zorgt ze voor een prachtig, geurend kanttapijt in de tuin.
Deze andere producten kunnen je interesseren