Quercus robur L. (1753) – Zomereik / Gewone eik
De zomereik, botanisch beschreven door Carl Linnaeus in 1753, is een monumentale inheemse loofboom die in de vrije natuur kan uitgroeien tot een fabelachtige hoogte van dertig tot veertig meter met een zeer brede, zware, onregelmatig vertakte en indrukwekkende ronde kroon. Teelttechnisch vertoont deze soort een matige tot snelle groei, vooral in de jeugdfase, waarbij de boom onder sierteeltomstandigheden tot wel drie actieve groeischeuten (zomerscheuten of Sint-Jansloten) per seizoen kan produceren. De boom stelt hoge eisen aan de standplaats en gedijt optimaal op diepe, vochthoudende, voedselrijke leem- en kleigronden, en is uitstekend bestand tegen strenge vorst en stormachtige wind. Voor de kwekerijsector is de zomereik van onschatbare waarde, niet alleen als majestueuze parkboom, maar vooral als de universele sierteelt-onderstam voor de enting van talloze exclusieve cultivars van Quercus Section Quercus (de witte eiken). Kwekers dienen er echter rekening mee te houden dat zaailingen op het kwekerijveld zeer meelduwgevoelig (Erysiphe alphitoides) zijn op de jonge zomerscheuten, wat de visuele verkoopwaarde kan reduceren en een preventief behandelingsprogramma noodzakelijk maakt.
Deze andere producten kunnen je interesseren