Magnolia tripetala (paraplumagnolia) is een bladverliezende, vaak meerstammige kleine boom of grote struik uit de bekerplantenfamilie (Magnoliaceae) die 8 tot 15 meter hoog kan worden. De plant groeit met een brede, open en parapluvormige kroon en heeft dikke, gladde, grijsachtige takken. De opvallend grote, omgekeerd-eivormige bladeren worden 30 tot 50 centimeter lang en hebben een spitse top en een wigvormige voet. Deze bladeren staan in schijnkransen dicht op elkaar aan het uiteinde van de twijgen, wat het karakteristieke paraplu-achtige effect veroorzaakt. In de late lente, vlak nadat het blad is uitgelopen, verschijnen de grote, romig witte bloemen solitair aan de takuiteinden. De stervormige tot bekervormige bloemen bereiken een doorsnede van 15 tot 25 centimeter en bestaan uit 6 tot 12 bloemdekbladeren. De buitenste drie bloemdekbladeren zijn groenachtig, kleiner en buigen sterk terug, wat de soortaanduiding tripetala verklaart. De bloemen verspreiden een doordringende, licht onaangename geur die specifiek bedoeld is om kevers aan te trekken voor de bestuiving. Na de bloei ontwikkelt zich een opvallende, kegelvormige verzamelvrucht die in het najaar verkleurt van roze naar felrood. Deze inheemse soort uit het oosten van de Verenigde Staten groeit voornamelijk in vochtige, schaduwrijke bossen langs beken en in rijke valleien.
Deze andere producten kunnen je interesseren