Het loof van Toona sinensis is oneven geveerd en kan een indrukwekkende lengte van 30 tot 60 cm bereiken, bestaande uit 10 tot 24 afzonderlijke, langwerpig-ovale deelblaadjes met een fijne gezaagde rand. Bij de bekende cultivar 'Flamingo' lopen de jonge scheuten in het voorjaar uit in een adembenemende, felroze tot flamingo-roze kleur, die na enkele weken geleidelijk transformeert via crèmewit naar fris donkergroen. Een unieke botanische eigenschap is het sterke, aromatische uien- of knoflookaroma dat vrijkomt wanneer het blad wordt gewreven; in de Chinese keuken worden de malse roze voorjaarsscheuten ('Xiangchun') als culinaire delicatesse gewaardeerd.
In de midzomer (juni en juli) brengt Toona sinensis grote, hangende eindelings geplaatste trossen (30–50 cm lang) voort die bezet zijn met honderden kleine, geurende roomwitte bloempjes. Na een succesvolle bestuiving door bijen en zweefvliegen ontwikkelen zich houtige, stervormige capsules van ongeveer 2 cm lang, waarin gevleugelde zaden uitrijpen. De bloei treedt over het algemeen pas op bij wat rijpere exemplaren, maar de overdadige trosstructuur geeft de boom een tropische sierwaarde.
Qua cultuur is Toona sinensis buitengewoon winterhard en verdraagt zij temperaturen van -20°C tot -23°C (USDA zones 5b-6a) zonder noemenswaardige houtschade. De boom verlangt een zonnige tot licht beschaduwde standplaats op een diepe, vochtige maar goed doorlatende humeuze bodem. Zij is tolerant voor neutrale tot licht kalkrijke gronden en verdraagt stedelijke luchtvervuiling goed. Wel verdient het aanbeveling jonge aanplant in de eerste jaren te beschermen tegen strenge oostenwind, en rekening te houden met haar neiging om worteluitlopers te vormen.
Deze andere producten kunnen je interesseren