Selaginella involvens, in 1843 voor het eerst geldig gepubliceerd door de Belgische botanicus Antoine Frédéric Spring, is een groenblijvende sporenplant uit de mosvarentjesfamilie (Selaginellaceae). Deze cryptogame varenachtige kent een natuurlijk verspreidingsgebied dat reikt van tropisch en subtropisch Azië tot aan het noordwesten van de Grote Oceaan. Binnen dit subtropische bioom groeit de plant hoofdzakelijk als epifyt op bemoste boomstammen of als lithofyt op vochtige, schaduwrijke rotswanden. Vanuit een kruipende, wortelende basis ontwikkelt de plant stijf opgaande, waaiervormige stengels die een hoogte van vijftien tot veertig centimeter bereiken. Hét meest karakteristieke botanische kenmerk is de reactie op droogte: bij vochtgebrek rollen de stengels zich spiraalsgewijs naar binnen (involvens) tot een compacte, bruinachtige bal om verdamping tegen te gaan. Wanneer er weer water beschikbaar is, ontrolt de plant zich snel en herstelt de heldergroene kleur, een fenomeen dat ook bekend is bij de opstandingsplant.
De stengels zijn dicht bezet met minuscule, schubachtige blaadjes (microfyllen) die in vier duidelijke opeenvolgende rijen gerangschikt staan. Deze blaadjes zijn dimorf, wat betekent dat de zijdelingse blaadjes groter zijn en wijd uitstaan, terwijl de centrale blaadjes kleiner zijn en strak tegen de stengel aanliggen. Aan de uiteinden van de vruchtbare stengels worden vierkante, compacte sporenaartjes (strobili) gevormd waarin de voortplantingsorganen liggen. Binnen deze strobili produceert de plant twee typen sporen, namelijk grote megasporen en microscopisch kleine microsporen, wat botanisch wijst op heterosporie. Na de rijping worden deze sporen door de wind verspreid om op vochtige substraten te kiemen tot nieuwe generaties.
Deze andere producten kunnen je interesseren