Botanische auteur: (Ching) Ya Yi Huang & Rockinger / syn. Cyrtomidictyum lepicodaulon Ching | Familie: Dryopteridaceae | Herkomst: Schaduwrijke bergbossen van China en Japan.
Polystichum lepidocaulon (historisch ingedeeld in het monotypische geslacht Cyrtomidictyum als C. lepidocaulon) is een van de meest fascinerende 'wandelvarens' van Oost-Azië. De soort vormt een fylogenetische brug tussen het geslacht Polystichum en Cyrtomium. De plant ontwikkelt een overhellende, sierlijke roset van 30 tot 50 cm hoog, waarbij de frondes in een lange, zwepige en bladloze vlaggas (flagelliforme rachis) kunnen uitlopen.
Morfologisch vallen de frondes op door hun brede, ongeveerde of simpel-pinnate pinnen die sterk lijken op de glanzende bladeren van een Cyrtomium (Hulstvaren). De pinnen zijn sikkelvormig, 5 tot 10 cm lang, met een spitse top en golvende, fijn gezaagde randen. Het oppervlak is dik lederachtig en glanzend donkergroen. Het meest unieke kenmerk is de verlengde bladtop: de hoofdspil zet zich voorbij de bovenste pinnen voort als een kale, bruingeschubde doorn die aan de uiterste top een dichte, grote vegetatieve broedknop (bulbil) draagt.
De voortplanting verloopt op twee manieren. Generatief vormt de varen grote ronde sori die willekeurig of in onregelmatige rijen over het netnervige bladweefsel verspreid liggen, afgedekt door membraanachtige peltiate indusia. Vegetatief buigt de lange bladspil door haar eigen gewicht neer naar de bodem; zodra de terminale broedknop vochtige aarde raakt, schiet deze binnen enkele weken wortel en ontstaat een nieuwe zelfstandige plant op 30-50 cm afstand van de moederplant.
Polystichum lepicodaulon is een schitterende bodembedekkende rariteit voor vochtige, humusrijke schaduwborders en bosgrond. Ze vraagt een beschutte standplaats uit de wind op een lichtzure tot neutrale, organische bodem. Goed winterhard tot -15°C (USDA zone 7a).
Deze andere producten kunnen je interesseren