Selaginella helvetica (L.) Spring (basioniem: Lycopodium helveticum L., 1753) is een van de twee authentieke inheemse Europese mosvarensoorten. Ze komt van nature voor in de alpiene en subalpiene regio's van Centraal- en Zuid-Europa (Alpen, Pyreneën, Karpaten) en strekt zich uit tot Midden-Azië. De plant vormt lage, prostrate matten van 3 tot 8 cm hoog op vochtige, kalkrijke rotswanden, steenslaghellingen en schaduwrijke bergweiden.
Morfologisch is Selaginella helvetica uiterst karakteristiek door haar kruipende, draadvormige stengels met ongelijke microfyllen. De ventrale microfyllen staan wijd afstaand, zijn eivormig-oblong met een gaafrandige tot fijn getande marge, terwijl de dorsale microfyllen kleiner zijn en plat tegen de stengel aanliggen. Een opvallend kenmerk van deze soort is dat de fertiele takken zich in het voorjaar oprichten als dubbele, kaarsrechte strobili-stelen die duidelijk boven het vegetatieve tapijt uitsteken. Op de knopen ontspringen hele fijne rhizophoren.
De strobili zijn cilindrisch, 1 tot 3 cm lang, en bestaan uit spiraalsgewijs geplaatste sporofyllen. Aan de basis van de fertiele aar bevinden zich de dikke, oranjebruine megasporangia die elk vier grote, bolvormige megasporen bevatten. Hogerop liggen de microsporangia met feloranje microsporen. Bij het rijpen van de sporen verkleuren de fertiele stengels naar een sierlijk goudgeel tot oranjebrons tintje.
Deze andere producten kunnen je interesseren